Kunstenaars
Erik de Jong
Discipline: Schilderijen
Al op jonge leeftijd stond Erik de Jongs besluit vast: hij wilde schilder worden. Tekenen deed hij altijd al, het schilderen volgde later. Opgeleid aan de Academie Minerva te Groningen ontwikkelde hij een voorliefde voor het thema van de mens in het landschap of in het interieur. Met name de ruimtelijkheid waarin de mens zich begeeft, is belangrijk in zijn werk. Deze ruimtelijkheid wordt geschapen door de werking van licht en donker en toont veel verwantschap met schilderijen van interieurs uit de zeventiende eeuw. De mensen die hij uitbeeldt, zijn veelal mannen in gedachten verzonken of verstild in hun beweging.
De afstand tussen de toeschouwer en de figuren is groot. We moeten eerst een zaal doorkijken en soms zit er nog een zaal tussen. Mensen komen uit het licht, of bewegen zich er juist naar toe. Het moment dat weergegeven wordt, is een moment van rust. Daarin zit het moment van spanning opgesloten: is er al actie geweest of moet die nog komen? De ruimte, waarin de figuren zich bevinden, krijgt extra diepte door een naar voren springende schoorsteen, een nis of een deur in de achterwand die open staat. Is in zijn vroegere werk het kleurgebruik rustig en gedempt, ondergeschikt aan het licht-donker contrast, in zijn recente werk is het kleurenpalet veel uitgebreider. Met name in zijn landschappen waar de tonaliteit de diepte in de voorstelling bepaalt, wordt zijn kleurgebruik feller. Nuances in groenen vormen een coulisselandschap waarin de blik heel ver kan reiken. De laatste tijd schildert De Jong ook dieren, vooral dode vogels, maar ook zijn hond Vizzy.
Alvorens een schilderij op te zetten, maakt de kunstenaar een kleine schets, vaak niet meer dan 2,5 x 5 cm. Na een groot aantal van deze schetsjes te hebben gemaakt, gaat hij met de compositie in de weer. Vervolgens maakt hij een nieuwe schets, even klein als de vorige waarin hij het licht-donker contrast bepaalt. Is dat in orde dan wordt een definitieve versie gemaakt die het uitgangspunt vormt voor het uiteindelijke schilderij. De onderschildering wordt aangebracht op paneel, Zweeds masoniet dat met Gesso is geprepareerd. Vervolgens bouwt hij het schilderij laag voor laag op tot het zijn eindfase heeft bereikt.
De werkelijkheid is altijd het uitgangspunt van De Jongs schilderijen, maar de grens tussen dat wat werkelijk gebeurt en dat wat gesuggereerd wordt, is heel dun. Soms is dat de 'gedachte werkelijkheid', soms de 'bedachte werkelijkheid'. Beide aspecten boeien hem. "Schilderde ik in Frankrijk (waar hij enige jaren heeft gewoond) graag verstorven vogels en meende naar de werkelijkheid te penselen, nu terug in Amsterdam raak ik weer meer geïnteresseerd in het idee om de werkelijkheid uit het hoofd te schilderen. Het aardige vind ik om me bezig te houden met het moment van het tastbare en ontastbare. Dat biedt voor de beschouwer het idee van verstilling."
De afstand tussen de toeschouwer en de figuren is groot. We moeten eerst een zaal doorkijken en soms zit er nog een zaal tussen. Mensen komen uit het licht, of bewegen zich er juist naar toe. Het moment dat weergegeven wordt, is een moment van rust. Daarin zit het moment van spanning opgesloten: is er al actie geweest of moet die nog komen? De ruimte, waarin de figuren zich bevinden, krijgt extra diepte door een naar voren springende schoorsteen, een nis of een deur in de achterwand die open staat. Is in zijn vroegere werk het kleurgebruik rustig en gedempt, ondergeschikt aan het licht-donker contrast, in zijn recente werk is het kleurenpalet veel uitgebreider. Met name in zijn landschappen waar de tonaliteit de diepte in de voorstelling bepaalt, wordt zijn kleurgebruik feller. Nuances in groenen vormen een coulisselandschap waarin de blik heel ver kan reiken. De laatste tijd schildert De Jong ook dieren, vooral dode vogels, maar ook zijn hond Vizzy.
Alvorens een schilderij op te zetten, maakt de kunstenaar een kleine schets, vaak niet meer dan 2,5 x 5 cm. Na een groot aantal van deze schetsjes te hebben gemaakt, gaat hij met de compositie in de weer. Vervolgens maakt hij een nieuwe schets, even klein als de vorige waarin hij het licht-donker contrast bepaalt. Is dat in orde dan wordt een definitieve versie gemaakt die het uitgangspunt vormt voor het uiteindelijke schilderij. De onderschildering wordt aangebracht op paneel, Zweeds masoniet dat met Gesso is geprepareerd. Vervolgens bouwt hij het schilderij laag voor laag op tot het zijn eindfase heeft bereikt.
De werkelijkheid is altijd het uitgangspunt van De Jongs schilderijen, maar de grens tussen dat wat werkelijk gebeurt en dat wat gesuggereerd wordt, is heel dun. Soms is dat de 'gedachte werkelijkheid', soms de 'bedachte werkelijkheid'. Beide aspecten boeien hem. "Schilderde ik in Frankrijk (waar hij enige jaren heeft gewoond) graag verstorven vogels en meende naar de werkelijkheid te penselen, nu terug in Amsterdam raak ik weer meer geïnteresseerd in het idee om de werkelijkheid uit het hoofd te schilderen. Het aardige vind ik om me bezig te houden met het moment van het tastbare en ontastbare. Dat biedt voor de beschouwer het idee van verstilling."





